Werk op geheim veld

Een vuistbijl

Een vuistbijl. Niet afkomstig van het veldwerk uit het stuk maar uit Kenia. Foto: Kevin Walsh, CC BY. http://www.flickr.com/photos/86624586@N00/109679831/

Op veldwerk, begin december in Drenthe? Daar moeten goede redenen voor zijn ­– in dit geval twee. Ten eerste de boer, die niet gaarne in zijn akker kuilen van twee meter ziet graven en dat voor nood accepteert mits buiten elk seizoen, en tegen vergoeding. Ten tweede een voor Nederland unieke situatie – meer dan tien Neanderthaler vuistbijlen niet ver uiteen gevonden, in gezelschap van tientallen duidelijk door de mens met laag voorhoofd bewerkte andere vuurstenen artefacten.

Er zijn hindernissen, er zijn boeiende vragen. Het verblijf tussen hagel, sneeuw en regen op een modderveld met maïsstoppels, waar je tot over de laarsrand in de ‘bragel’ kunt wegzakken – ach ja. De groepjes ‘steentjeszoekers’ in Drenthe zijn op langere termijn hinderlijker. Daar zijn fantasten tussen die in grote zwerfblokken stenen beelden van mammoet en neushoorn herkennen – fossiele botten ervan zijn immers hier gevonden. En er zijn fanatieke verzamelaars die hun ego voelen groeien naarmate hun stenenkast voller wordt. Ze zoeken, en dat is prachtig; ze ruilen en verkopen fossielen en stenen werktuigen – dat is minder. De minsten verfomfaaien vindplaatsen, en brengen vervalsingen in omloop die het bonafide onderzoek hinderen. Een veld met vuistbijlen in situ is voor deze laatsten onweerstaanbaar aantrekkelijk – geheimhouding is dus geboden als je de sporen van de uitgestorven Neanderthalermens wilt koppelen aan hun natuurlijke context en inpassen binnen de nog zeer onvolmaakte stratigrafie van het Drentse Pleistoceen.

De oermens lijkt Noord-Nederland veel later te zijn binnengetrokken dan het midden en het zuiden. In Noord Nederland vind je voornamelijk fijn zand en potklei die behoren tot, of afgeleid zijn van de Baltische oerstroom, het Eridanos-systeem uit het Oostzeebekken. Grof grind met vuursteen uit zulke sedimenten dagzoomt alleen op de subcrop van de zouthorst van Schoonlo. Zonder vuursteen geen Neanderthaler!

De Saale vergletsjering veranderde de grondstofkaart door massale aanvoer van Deens/Noordduitse vuursteen (vaak vol met bryozoa). Zo werd Drenthe alsnog vanaf 150 000 jaar geleden bewoonbaar voor de bijlzwaaiende mens met benen wallen boven de oogkassen.

Eridanos en de Elster/Saale gletsjers brachten veel sediment in Noord-Nederland – dat is sterk ontkalkt (vaarwel schelpen en botten) en bevat zeer veel geremanieerd (= uit hun oorspronkelijke context gespoeld zijn) plantmateriaal (wiens pollen stoof hier?). Er moet na het midden-Pleistoceen heel wat gebeurd zijn op het ‘Drents Plateau’ maar het zeer dunne sedimentdek is moeilijk te lezen. Ontsluitingen met stratigrafie, pollen analyse en luminiscentiedateringen kunnen de geologische geschiedenis van het ‘Olde Lantschap’ verhelderen. Het onderzoek door de VU kwartair sectie, gefaciliteerd door het archeologisch speurwerk, pakt de uitdaging aan. En het was memorabel deze grimmige december ochtend, te zien hoe in een afzetting van ‘Keizand’ (residuaire grondmorene) twee brokken mooie vuursteen werden opgedolven; blijkens de sporen als een zwerfsteen ruw bekapt door wijlen Neanderthaler, vervolgens gebroken langs een vorstsplijtvlak, een helft daarvan verder bewerkt door er flinterdunne langwerpige stenen klingen uit te tikken; tenslotte en veel later alles glimmend gepolijst door de zandstromen uit een poolwoestijnfase, na vertrek van de Neanderthalers naar het Zuiden. Hoe oud is het keizand? Was er open water in de buurt (een meertje, een beekloop)? Waarom was deze plek aantrekkelijker dan zoveel andere? Hoe zag het landschap eruit? Vragen waar je warm van wordt, zelfs in de vrieskou op een verlaten maïsakker!

Bert Steenbreek