De ontsluiting

Een ammoniet uit de Heimans-collectie

Foto: NCB Naturalis

“Gewoon een niet zo beste afdruk van een ammoniet, niks bijzonders eigenlijk”, dacht ik nog. Ik wilde hem al weer wegleggen, maar dan draai je hem toch nog even om. En juist die achterkant maakte het fossiel ineens wel interessant. Daar stonden namelijk in potlood onder elkaar de volgende woorden en afkortingen te lezen: Schw Alb, zonnesteen, Witte Jura, 1913, (iets onleesbaars), Eningen en EHs.

Aan de niet zo beste afdruk van de ammoniet veranderde dit niets. Het is goed om te weten dat hij ergens ten zuiden van Stuttgart in Duitsland is gevonden en kennelijk van Boven Jura ouderdom. Dat betekent dat de documentatie van het object op orde is. En het jaartal 1913 doet er ook zeer zeker toe. Het allerbelangrijkste echter zijn die letters EHs. Dat is namelijk het monogram c.q. de handtekening van Eli Heimans (1861-1914). En de ammoniet maakt deel uit van de collectie die hij heeft nagelaten en die ik aan het ordenen ben: de collectie Heimans.

Onschatbare waarde

Heimans was onderwijzer te Amsterdam maar ook en misschien wel vooral natuurvorser en populariseerder van nature. Niet alleen in Amsterdam waar hij het natuuronderwijs in nieuwe banen leidde – zo trok hij met zijn leerlingen regelmatig naar het Sarphati-park om hen te leren kijken naar planten en dieren: veldwerk – maar ook trok hij erop uit in de grensstreken met Duitsland, tot in de Eifel en Zuid Duitsland aan toe. Om te onderzoeken, te verzamelen en te begrijpen hoe de natuur in elkaar zat. Hij was een echte veldbioloog, maar ook een die zich steeds meer op de geologie ging toeleggen. Heimans schreef ook veel; samen met onder andere tijdgenoot en collega onderwijzer J.P. Thijsse richtten ze al in 1896 het tijdschrift De Levende Natuur op, waar in de loop der jaren talrijke bijdragen van hun hand in zouden verschijnen. Thijsse richtte zich vooral op de vogelstudie en schreef veel over de kuststrook en de duinen. Heimans verplaatste zijn aandacht (noodgedwongen) naar het oosten van het land en vooral naar Zuid-Limburg. Dat onderzoek resulteerde uiteindelijk in 1911 tot de publicatie van “Uit ons Krijtland”, een beschrijving van het landschap met volop aandacht voor de onderligggende geologie en met tekeningen van eigen hand ondertekend met EHs.

Heimans ontdekte in Zuid-Limburg in 1910 in een kleine steengroeve exemplaren van Derbya, een brachiopode van het Namurien (Boven-Carboon, ±320 miljoen jaar oud). Dat er plantenresten in die gesteentelagen voorkwamen was al langer bekend, maar zo’n fossiel van een zeedier was nieuw, ook voor de wetenschap. Heimans’ vondst zou later leiden tot nauwkeurig onderzoek door vakgeologen (o.a. Prof. Jongmans), waarna een betere indeling van het desbetreffende Carboon kon worden vastgesteld. De steengroeve in het dal van de Geul bij Epen is nu een geologisch monument en wordt de Heimansgroeve genoemd. De groeve is vrij toegankelijk.

Daarnaast heeft Heimans er mede voor gezorgd dat lokale natuurverenigingen zich hebben samen gebundeld tot de Nederlandsche Natuurhistorische Vereeniging (later de KNNV). Ook de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten is opgericht dankzij de niet aflatende ijver van Heimans en Thijsse. Beide gebeurtenissen vonden destijds plaats in de Koningszaal in Artis.

Omzwervingen van een verzameling

De ontsluiting zit in een doos volgestouwd met allerlei andere doosjes van allerlei herkomst en diverse formaten. En in de doosjes steentjes, fossieltjes, schelpjes, botjes en mineralen.

een deel van de Heimans-collectie

Een deel van de Heimans-collectie. Foto: NCB Naturalis.

De vraag (mijn vraag) is of Heimans dat allemaal zelf heeft verzameld. Want deze ontsluiting is niet 1 doos maar bestaat uit tientallen dozen; bij elkaar vulden ze wel 5 stenenkasten vol. Stenenkasten zoals die lang geleden voor het Geologisch Instituut van de UvA zijn gemaakt. Na de sluiting van dat instituut zijn ze in de diaspora geraakt. Een deel ervan kreeg een nieuwe bestemming , voor het bewaren van de Heimans collectie in het Zoölogisch Museum van de UvA. Zo trof ik een en ander aan bij de sluiting van dat museum in de zomer van 2011. Helaas is niet meer precies te achterhalen wat nu wel door Heimans is verzameld en wat niet. De enige hulp daarbij zouden de kaartjes en andere documentatie bij de stukken moeten zijn, maar die ontbreken veelal. Op sommige komen jaartallen voor van na 1914 (het sterfjaar van Heimans). De bijbehorende stukken kunnen dan niet meer door hem zijn verzameld. Mogelijk dat medewerkers van Artis (waar de collectie aanvankelijk was gehuisvest) en later van de UvA objecten hebben toegevoegd.

Ik vermoed dat zijn collectie ook voortdurend groeide doordat hij nog tijdens zijn leven regelmatig giften van derden ontving. Zo kwam ik een klein gepolijst stukje kalk met een ammonietje erin tegen waar op de kopse kant heel vaag met potlood “v Bernink” stond geschreven. Bernink was de oprichter in 1913 van Natura Docet, het natuurmuseum in Denekamp. Bernink was zeer bevriend met Heimans, beschouwde hem als zijn leermeester. Het steentje is vast een cadeautje voor Heimans geweest.

Heimanscollectie toegankelijk

Heimans’ collectie is na zijn dood ook aangevuld met aangekocht materiaal waaronder fossielen van Goslar, een plaatsje in de Harz in Duitsland. Zijn zoon en botanicus Jacob heeft in 1960 een aanzienlijke hoeveelheid gesteenten, schelpen en fossielen nagelaten aan de in 1916 opgerichte Heimans Stichting. Daaronder ook veel plantenfossielen van de Epen-groep, een onderdeel van het Carboon. Hij bezocht regelmatig Zuid-Limburg en verzamelde gewoon verder. Hij wist natuurlijk dat het de grote wens van zijn vader was om een “Volksmuseum voor Natuurlijke Historie” op te richten. Zodat iedereen daar zijn vondsten zou kunnen determineren door ze te vergelijken met wat er in het museum lag uitgestald en anders wel door het aan de deskundigen aldaar te vragen. Dat Volksmuseum moest verrijzen binnen de grenzen van Artis; de bouwtekeningen waren er al. Door zijn dood in 1914, het uitbreken van WO-I en door gebrek aan geld is dat er echter nooit van gekomen.

Vanwege zijn verdienste voor de bestudering van de dode en de levende natuur is het goed dat zijn collectie nu wordt opgenomen in de collecties van NCB Naturalis, dus in feite staatseigendom wordt. Hiermee is goede conservering gewaarborgd. De collectie zal worden gedigitaliseerd en gaat daarmee deel uit maken van de database van Naturalis. Heimans’ collectie zal dan maximaal zijn ontsloten en toegankelijk via internet. Er is dan weliswaar geen Volksmuseum gekomen maar zijn collectie wordt wel toegankelijk voor het volk.

Met dank aan de Heimans en Thijsse Stichting en Natuurhistorisch Maandblad

Kees de Jong, geoloog NCB Naturalis