Vijftien jaar terug… momenten van fragmentarisch geluk

Aardweek-logo

 

De Faculteit der Aardwetenschappen van de VU kende het wekelijkse bulletin Aardweek, vrijdagmiddag vers van de pers te verkrijgen. Leuk om eens te zien wat er 10-15 jaar geleden speelde. En uiteraard: 15 jaar voor de lancering van de site ‘veldwerkverhalen’ (maart 1997) opent Aardweek met veldwerkverhalen… Nou was dat wel vaker zo in de Aardweek, maar toch! Later volgen er meer Aardweek-scans!

Momenten van fragmentarisch geluk
Langzaam maar zeker beginnen de rode tinten de nieuwe weerkaarten van Erwin vanuit het zuiden van Europa weer te overheersen. Op de VU staan wegens (schaats?)tocht en barre koude gesloten deuren weer open en uit de kamers stroomt warm licht dat de strijd tijdelijk gewonnen heeft van de kille tl-verlichting in ruime mate de gangen op. Als je die kamers inkijkt, loop je op dit moment grote kans iemand aan te treffen die dromerig door het licht van de aangenaam snel aan warmte winnende zon in gedachten slechts fysiek aanwezig is op de VU…

Het fijne van veldwerk is dat je van de kleinste dingen al gelukkig kan worden. Waarschijnlijk komt dat doordat er gewoon maar weinig dingen zijn waarvan je niet vrolijk wordt (geen VU, geen computers, geen deadlines, geen congressen), zodat de kleine dingen die normaal gesproken net voorkomen dat je treurig wordt, op veldwerk zonder enige tegenwerking je humeur tot grote hoogten kunnen doen stijgen. Een ieder heeft zijn/haar voorbeelden. Dit zijn er een paar van die van mij (waarschuwing: het lezen van onderstaande tekst kan zorgen voor een verregaande vorm van afdwaling):
Noord-Spanje, op weg naar huis loop ik met een blonde, langharige jaargenoot terug van een dag zwoegen, kleuren en nog meer gummen. We worden ingehaald door een trein waarvan de machinist even denkt te toeteren naar in ieder geval dat blonde moppie (of ik, met mijn niet onaanzienlijke haardos ook werd aangezien voor een vrouwelijk lid van de andere sexe, laat ik in het midden). De luide toeter wordt abrupt afgebroken op het moment dat de trein ons passeert en de uit het raam hangende machinist ons vol verwachting in het gelaat kan kijken. Een Spanjaard is graag mucho macho. maar liever geen ‘maricon’…

Na een dag zwoegen in de bergen, blijkt de pas die we wilden oversteken bedekt te zijn met een bijna twee meter dikke laag verse sneeuw. Op zoek naar een graat waarover we misschien aan de andere kant kunnen komen bereiken we na wat geklauter een zijtop van een ruim 4000 m hoge berg. Bij de laatste passen wordt duidelijk dat we de zuidwand onmogelijk zonder touwen kunnen afdalen. Maar de beloning hebben we al: voor ons ontvouwt zich een prachtig landschap van bergketens. Het mooiste aan het uitzicht is het besef dat je uitkijkt over (van links naar rechts) Mongolië, China, Kazakhstan en Rusland. Slechts astronauten in een Space Shuttle kunnen in één oogopslag een groter deel van de wereld overzien…

De hele middag was het al drukkend warm en die donkere wolken zag ik ook wel aankomen, maar ja, dat stukje van het gebied moest eigenlijk nog even af. Dat is uiteraard nog niet helemaal gelukt op het moment dat de zon verdwijnt, er een briesje opsteekt en de flitsen voor het eerst binnen een paar seconde door een driftig gerommel gevolgd worden. De overkipte kwartsiet-banken vormen gelukkig een mooi schuilplekje. Voor de zekerheid leg ik mijn hamer op een flink afstandje en ik begin ijverig -terwijl de grote zware druppels die het begin van een bui aankondigen overgaan in een aanzienlijke plensbui- te zoeken naar top-bottom criteria. Je moet toch wat doen tot de bui over is. Ik volg wat vage, zwierende, misschien wel sedimentaire structuren tot mijn aandacht getrokken wordt door zwaluwen die voorbij komen vliegen, ze hebben hun bek wijd opengesperd. Ja. natuurlijk, denk ik verrukt, zwaluwen zijn echt hulpeloos als ze op de grond zitten. Ze kunnen maar met moeite weer opstijgen (net als vleermuizen by the way), dus drinken uit plassen is voor hen erg gevaarlijk. Op deze manier drinken die beestjes dus. Dan heeft een regenbui ineens weer iets moois. Zeker als het na een half uurtje weer opklaart en ik opgewekt in een lekker afgekoelde atmosfeer terugwandel naar het dorpje waar ik overnacht…

Als je dit geheel hebt gelezen zonder zelf af te dwalen naar veldwerk-landen, anekdotes en herinneringen wordt het hoog tijd dat je er weer eens op uit gaat!!! Maar pas op he, één zwaluw maakt nog geen zomer!

Bernd Andeweg