Ontgroening in Tunesië

IMG_0645-2000Het moet ergens in 1996 geweest zijn dat ik met Jan als mijn thesis-supervisor  en collega Sandra Nederbragt naar Tunesië vloog, om een nieuw onderdeel van mijn AIO werk op te starten. Na aankomst in Tunis gingen we met de auto door naar El Kef, beroemd vanwege de goed bewaarde Krijt-Tertiar afzettingen in de omgeving, waar Jan en Sandra al uitgebreid aan gewerkt hadden. Wij waren deze keer echter minder geinteresseerd in de K-Pg grens, maar gingen op zoek naar nieuwe ontsluitingen die het Cenomaan-Turoon interval omspanden, zo ongeveer 90 miljoen jaar oud dus.

Sandra en Jan hadden het terrein uitgezocht waar wij de Cenomaan-Turoon grens zouden moeten vinden. We waren feitelijk op zoek naar de beroemde “black shales” die het resultaat zijn van een periode van zuurstofgebrek in de oceanen aan het einde van het Cenomaan. Deze veldtocht ging echter door onbekend gebied en was nog ruimschoots voor het Google Earth tijdperk, dus we moesten het doen met kaarten en papieren luchtfoto’s.

The man and the legendToen we volgens één van die kaarten zo grofweg in de juiste stratigrafie waren aangekomen ontrolde zich voor mijn ogen een merkwaardig ritueel, dat, in terugblik, mijn prille carriere als biostratigraaf in de knop gebroken heeft. Ergens middenin het megalomaan dikke en monotone mergelpakket dat in Tunesië het Krijt-tijdperk vertegenwoordigt trokken Jan en Sandra hun geologenloupe tevoorschijn en raapten, terwijl we gestaag doorliepen, links en rechts brokken mergel op die ze na inspectie met die loupe  weer terug gooiden. Het duurde even voor ik begreep dat ze <0.5mm kleine planktische foraminiferen aan het kijken waren, en dat ze op die manier (“nee hoor Hubert, niet in alle detail”) aan de hand van de foraminiferenstratigrafie konden vaststellen hoe snel we ons stratigrafisch doel (de C-T grens) naderden. Ik dacht eerst dat ze een geintje met me uithaalden (ik was het groentje tenslotte), maar het bleek doodserieus (“kijk maar Hubert, hier zie je duidelijk dat deze foram nog twee kielen heeft, we moeten dus nog even verder”). Twee kielen? die forams waren nog geen millimeter groot, hoe kon je in godsnaam de ene van de andere soort onderscheiden zonder microscoop?…. Welnu, Sandra en Jan dus wel, want nog geen half uur later stonden we bij de black shales waar we naar op zoek waren en konder we de monsterserie waar we voor kwamen gaan verzamelen.

Ik heb sinds die tocht door Tunesië dit truukje niet vaak herhaald gezien. Zelf probeer ik het nog wel eens op iets makkelijks, zoals de Krijt Tertiair grens, en een enkele keer lukt het me dan om in het veld in Caravaca de overgang te vinden waar de forams van van relatief groot (>0.5mm = wit stipje) ineens heel klein worden (= geen wit stipje). Dat is dus dat beroemde meteorietinslag-iridiumlaagje, waar je verder in het veld niets van ziet. En als ik die dan gevonden heb zonder dat Jan me daar aan de hand heen gebracht heeft dan ben ik trots!

Voor alles dat moeilijker is dan zo’n Krijt Tertiair grens heb ik het “micropallen” in het veld aan de wilgen gehangen. De meeste forams die ik nu in handen krijg worden in het zuur gegooid om er isotopen aan te meten….. Uit wraak waarschijnlijk voor die biostratigrafische ontgroening in Tunesië.

Hubert Vonhof

IMG_2581-2000