Jan Smit als docent

IMG_7116-1000De eerste keer dat ik Jan Smit zag was op tv. Niet bij het programma Palingsoap of Studio Voetbal (voor de onwetenden onder ons: de voorzitter van Heracles Almelo heeft dezelfde voor- en achternaam), maar bij het wetenschapsprogramma Noorderlicht van de VPRO. Jan werd geïnterviewd door niemand minder dan tv chick Georgina Verbaan. De link tussen zo’n dom blondje met de wetenschap had ik niet direct gemaakt, waarschijnlijk had het iets te maken met kijkcijfers. In ieder geval weet ik nog dat ik vol bewondering zat te luisteren naar Jans verhaal over een stuk steen met daarin een Velicoraptor klauw nét onder de KT grens. Veel te snel werd Jan alwaar afgekapt door de tv-regie, maar de interesse voor deze bijzondere wetenschapper was gewekt. Ik besloot Aardwetenschappen te gaan studeren.

De eerste keer dat ik Jan in levende lijve ontmoette was op de VU tijdens de eerstejaars cursus ‘Eigenschappen van Gesteenten’. Een lange imposante man liep halverwege het gesteentepractica lokaal C-255 binnen. Juliën stootte me aan: “kijk dat is Jan Smit, die van de meteoriet!” De meteoriet-man was uitgedost in een ietwat verweerde ribbroek, ruitjes-overhemd, bijpassend buideltasje en stevige sandalen met inderdaad grijze wollen sokken. Ik dacht gelijk: “gelukkig ze bestaan nog, de stereotype professoren op de VU”. Ik schaam me nog steeds voor de eerste vraag die ik toen stelde: “wat is een chert precies, meneer?”

Als onwetende eerstejaars wist ik niet beter, maar toen ik later opzocht wat deze meteoriet-man allemaal had bereikt in zijn carrière klonk mijn vraag nog onnozeler. De maanden na deze eerste kennismaking bleef er voor mij altijd een soort van magisch aura rondom dé Jan Smit hangen. Hoe kon zo’n succesvolle wetenschapper nog steeds in een muf kamertje zitten op de VU en in een normaal rijtjeshuis in Amsterdam-Noord wonen? Verhalen deden zelfs de ronde dat Jans dochters Katharina en Theodora heetten en zijn kat Chicxulub. Mijn jaargenoot Sietze moest er om lachen, als buurman van de KT-expert wist hij immers dat Frouwke, Renske en Snuf de juiste namen waren.

Ananda, Siebe, Jan Smit en Iris (1)-1000Later dat jaar kwamen we Jan tegen als docent bij de cursus ‘Sedimentologie en Stratigrafie’. Nog steeds één van de leukste vakken die ik heb gevolgd, mede door de de Eurotank excursie in Utrecht en de strandexcursie bij Wijk aan Zee. Jans colleges waren boeiend, rommelig en amusant tegelijkertijd. Hij is één van de weinige docenten die ik ken die zijn gezicht groots liet afbeelden op één van zijn powerpointslides, dit om het begrip facies uit te leggen. Tijdens de practica werd ook direct de duizelingwekkend grote kennis van Jan duidelijk. Echt werkelijk op elke vraag wist hij antwoord te geven. En ook zo overtuigend dat je het wel moest geloven. Het was het begin van studentikoze bijnamen als ‘het geologisch orakel’ en ‘de alfa en omega’: hij die overal een antwoord op weet en tegelijkertijd het begin en het eind is van alles wat er is. Ik baal er trouwens nog steeds van dat ik dat ene college over cyclostratigrafie heb gemist. Te brak van het ‘Bijzonder Landelijk Aardwetenschappelijk Festijn’ (BLAF) van GeoVUsie. Van Jans slides op Blackboard werd ik helaas niet veel wijzer. Ik zag in dat je toch echt bij elk hoorcollege van Jan moet zijn om de essentie mee te krijgen. En zo geschiedde.

In het tweede jaar kwamen we Jan heel even tegen bij het vak ‘Sedimentaire Systemen in Ruimte en Tijd’. Maar dit behelsde vooral een frustrerende ochtend waarin hij zijn woede uitte op het computerprogramma Carb 3D plus. Ik vraag me nog steeds af waar die plus voor staat, echt gebruiksvriendelijk bleek deze koraalrif-modelleer software niet te zijn, ook voor het jaar onder ons niet.

In april 2011 kregen we wederom met Jan te maken. In vier colleges ‘Historische Geologie’ raasde hij door de Aardse geschiedenis heen. Van de stromatolieten van Shark Bay tot aan de coccolieten van de Cliffs of Dover. Wat direct opviel waren de uitbundige powerpointslides met talloze plaatjes, pijlen, kleuren en animaties. Het liefst zoveel mogelijk op één sheet. Ik print graag van tevoren de sheets uit voor aantekeningen en kan me nog herinneren dat ik thuis uren bezig was om de dubbele slides eruit te halen. Uiteindelijk was het gelukt en was ik blij, want op deze manier kon ik Jans tempo tenminste bijhouden.

Jan bij Purgatory Hill, en ook iPad in het veld-1000Jans bijzondere, relaxte stijl van presenteren is mij ook erg bijgebleven. Hij hield ervan om rond te lopen in het lokaal en zelfs vaak vanuit achter het lokaal les te geven. Met zijn superdeluxe Kensington wireless presenter + laserpointer (sorry, ik heb hem inmiddels zelf ook) dirigeerde hij ons door de avonturen die het leven en Jan zelf op Aarde heeft meegemaakt. Ik kan me één middag herinneren waarin Jan college gaf waarin hij niet zo duidelijk te verstaan was. Tegelijkertijd met zijn praatje was hij een broodje pindakaas aan het verorberen, zonder enige gène. “Hij heeft vast geen tijd gehad om te lunchen, vanwege nieuw baanbrekend onderzoek”, spookte door mijn gedachten. Tussen de broodkruimels door werden wij op de hoogte gebracht van de veldwerkgebieden. De eerste rij in F-201 was gelukkig leeg.

Echt goed heb ik Jan pas leren kennen tijdens de Sorbas-excursie en het Bronchales veldwerk in Spanje. Niet alleen maakten we kennis met zijn uitzonderlijke geologische vaardigheden in het wild, maar ook met zijn kookkunsten en dagelijkse irritaties. Als het woord ‘financiën’ en ‘Nellie Harms’ viel wisten wij al snel wat er komen zou. Om over ene mevrouw Keller nog maar te zwijgen. Volgens mij is tijdens dit veldwerk de digitale passie voor Jan ook gegroeid, sindsdien zijn de Ipad en hij onafscheidelijk. Tijdens de Flexcursie in Engeland zag ik Jan ook regelmatig op zijn Ipad spelen. ,,Hij is vast in zijn vrije tijd de impact van de Chicxulub asteroïde aan het modelleren”, dacht ik. Het bleek Angry Birds te zijn.

In maart dit jaar gaf Jan zijn laatste college op de VU. De laatste keer Sedimentologie en Stratigrafie aan de eerstejaars. Historische Geologie was immers al overgenomen door Els Ufkes. Ik weet niet of de eerstejaars stilstonden bij deze historische gebeurtenis. Waarschijnlijk velen nog te brak van de Donderdorst. Van Bert Boekschoten begreep ik dat Jan na zijn laatste college in een sombere bui kwam ‘uithuilen’ op Berts kamer. Gedwongen pensioen, bah.

Ik kwam Jan later die week tegen in de F3 gang en groette hem. Slechts een binnensmonds geluid was de repliek. Ik bedacht me direct dat deze meteoriet-man niet hoort te verstoffen op een achterafkamertje op de VU. Hij hoort voor de klas te staan of nog beter in het veld bij een mooie ontsluiting. Alstublieft VU, zorg ervoor dat deze grootheid behouden blijft als inspiratiebron voor de nieuwe generatie geologen!

Gelukkig is er altijd nog de HOVO cursus van de VU, waar Jan in de voetsporen kan treden van twee andere paleontologen, Simon Troelstra en Bert Boekschoten. Met laatstgenoemde vliegt hij in januari als het goed is naar Tanzania om enkele 50 plussers rond te leiden op de savannes van Oost-Afrika. Jan, bij dezen alvast veel plezier!

Tenslotte wil ik graag nog één oproep doen. Laten we afspreken dat Jan op regelmatig onregelmatige basis colleges blijft geven op de VU of in het veld. GeoFlex commissie, ik ga er vanuit dat Jan de eerste is die jullie benaderen voor een Flex-lezing als zijn Trias-Jura extinctie verklaring naar buiten komt. Hij staat volgens mij te popelen…

Pim Kaskes – Amsterdam, 03 november 2013

Georgina - Jan (2)-1000